Aleksandr op een Winterse Weg

03 januari 2010

Aleksandr Pushkin, de beroemde Russische dichter, schreef verschillende gedichten over de Russische winter. Want een Russische winter gaat nooit ongemerkt voorbij, zoals zo vaak in ons Fabeltjesland. Als Kroshka dit schrijft, is het buiten 19 graden onder nul. Een zilverachtige poedersneeuw valt als een betovering uit de hemel. De bevroren lucht snijdt de adem in je neus en de wind die af en toe om de hoek waait, gaat dwars door Kroshka's dikke vacht...

Als Kroshka over de Arbat in Moskou loopt, komt ze bij een huis waar Aleksandr Pushkin ooit heeft gewoond. Tegenover het huis staat nu een standbeeld van Pushkin met zijn beeldschone vrouw Natalya Gontsjarova. Zijn 113de liefde, zoals hij haar zelf noemde. Een liefde waarvoor hij uiteindelijk stierf tijdens een duel met de stiefzoon van een gezant uit ons Fabeltjesland.

Een Troika over een Winterse Weg
Het gedicht Зимняя Дорога, oftewel Winterse Weg, is een mystiek en donker gedicht. Het gedicht zit vol contrasten, gaat over het leven en over de donkerste tijd van het jaar, de winter. Het bevat allerlei symboliek. Twee keer wordt de naam Nina genoemd, maar wie is Nina? Eigenlijk weet men dat niet. Nina is wellicht het symbool van ons bestaan. Een Fabellandse vertaling heb ik helaas op het internet niet kunnen vinden, wel een mooie Engelse vertaling die je kunt vinden onder deze muzikale vertaling van het AUBG Choir:



Winter Road

Through the murk the moon is veering,
Ghost-accompanist of night,
On the melancholy clearings
Pouring melancholy light.

Runs the troika with its dreary
Toneless jangling sleigh-bell on
Over dismal snow' I'm weary,
Hungry, frozen to the bone.

Coachman in a homely fashion's
Singing as we flash along;
Now a snatch of mournful passion,
Now a foulmouthed drinking-song.

Not a light shines, not a lonely
Dusky cabin. . . Snow and hush. . .
Streaming past the troika only
Mileposts, striped and motley, rush.

Dismal, dreary. . . But returning
Homewards! And tomorrow, through
Pleasant crackles of the burning
Pine-logs, I shall gaze at you:

Dream, and go on gazing, Nina,
One whole circle of the clock;
Midnight will not come between us,
When we gently turn the lock

On our callers. . . Drowsing maybe,
Coachman's faded, lost the tune;
Toneless, dreary, goes the sleigh-bell;
Nina, clouds blot out the moon.

Commentaar

Nog geen reacties

Geef Commentaar

:

:
:

Ter voorkoming van ongewenste reclameberichten,